| De topsnelheid voor de snelste ADSL-abonnementen, is eigenlijk een ideale waarde. In de praktijk varieert de snelheid, afhankelijk van de kwaliteit en lengte van de kabel tussen de wijkcentrale en uw woning. De wijkcentrale wordt ook wel central office genoemd, het stukje tot uw woning heet de Local Loop. Vanaf de central office lopen aderparen naar de woningen in de wijk, waarbij soms tot wel 900 aderparen zijn samengebracht in één dikke kabel. Dit werkt overspraak in de hand, wat betekent dat de aders elkaars signaal beïnvloeden. De bekabeling is bovendien oorspronkelijk ontworpen voor spraak, met frequenties van 300 tot 3.400 Hz.
Omdat voor ADSL veel hogere frequenties nodig zijn, tot meer dan 1 Mhz, zal ook de overspraak toenemen. Tevens staan de kabels onder invloed van verschillende externe factoren, zoals ruis door machines, de atmosfeer en radiogolven. Derhalve dient de ADSL-techniek met verschillende knelpunten rekening te houden om tot een hoge snelheid te komen. De hoge snelheid wordt vooral bereikt dankzij de DMT modulatietechniek, wat staat voor Discrete Multi Tone.
 Modems persen hoge snelheid uit telefoonlijn
DMT verdeelt de verbinding eerst op in 256 gebiedjes, de zogenaamde subcarriers. Voor carrier wordt ook wel de Nederlandse term draaggolf gebruikt. Aan iedere subcarrier wordt een frequentiegebied van 4,3125 kHz toegewezen. Alle 256 subcarriers vormen gezamenlijk een frequentieband van 1,104 MHz. Van iedere subcarrier wordt de signaal-ruis verhouding gemeten, deze waarde geeft aan hoe hoog de kwaliteit van dat frequentiegebied is.
 DMT verdeelt frequentiegebied in subcarriers
Afhankelijk van deze gemeten waarde wordt een capaciteit van 0 tot 32 kbit/s toegewezen aan de subcarrier. Ook de demping speelt een rol, de demping geeft aan hoe zeer het signaal versterkt of verzwakt raakt. Het zendvermogen wordt vervolgens aangepast op basis van de demping en de signaal-ruis verhouding. Als er te veel ruis wordt gemeten, zal het zendvermogen worden vergroot. Dit kan niet ongestraft, omdat het ook weer gevolgen heeft voor de overspraak. Het meten van de condities en toewijzen van capaciteit aan de subcarriers gebeurt niet eenmalig: de parameters worden voortdurend dynamisch aangepast afhankelijk van de condities.
 Parameters afhankelijk van lijnconditie
In de volgende stap worden de verschillende subcarriers samengevoegd. Gaan we uit van de situatie waarbij u ADSL met een analoge telefoonaansluiting combineert, dan worden de eerste 6 subcarriers overgeslagen. Dit gedeelte is gereserveerd voor analoge telefonie. Voor gebruikers met ISDN worden iets meer carriers overgeslagen, omdat ISDN iets meer bandbreedte vereist. De volgende 26 subcarriers worden gebruikt voor upstream verkeer, wat resulteert in een maximale snelheid van 832 kbit/s (26 subcarriers x 32 kbit/s). Daarna volgen de resterende 224 subcarriers welke samen een downstream kanaal van maximaal 7,2 Mbit/s vormen (224 subcarriers x 32 kbit/s). In het volgende schema wordt dit toegelicht.
 Spraak en data (downstream/upstream) gescheiden
Ten slotte worden door een filter (splitser) lage en hoge frequenties van elkaar gescheiden. De lage frequenties gaan naar een wandcontactdoos of connector waarop u een analoog telefoontoestel kunt aansluiten, ook wel pots-aansluiting genoemd (Plain Old Telephone System). De hoge frequenties bevatten de informatie voor het upstream en downstream verkeer, die door de ADSL-modem worden verwerkt. Bij ISDN is de band voor lage frequenties iets groter dan bij een analoge telefoonaansluiting, maar in verhouding tot het frequentiegebied voor upstream en downstream verkeer nog steeds heel klein. ISDN en ADSL kunnen dus prima worden gecombineerd, in de praktijk gebeurt dit al.
De onderstaande situatie laat drie voorbeelden zien. Links ziet u drie woningen boven elkaar geschetst, waarbij de bovenste en onderste een normale ADSL-aansluiting gebruiken (ADSL met analoge telefonie) en de middelste een ADSL-oplossing in combinatie met ISDN. Rechts is de splitter in de central office (de wijkcentrale) getekend, vaak onderdeel van wat men de MDF noemt (Main Distribution Frame), waar telefonie en data worden gesplitst. De data wordt vervolgens naar de DSLAM gestuurd. DSLAM staat voor Digital Subscriber Line Access Multiplexer.
 ADSL gecombineerd met analoog en ISDN
Overigens kan er voor worden gekozen om het upstream gebied te laten samenvallen met het downstream gebied. Dat gebeurt met een zogenaamde echo canceller. Hoewel dit in de praktijk meestal niet wordt gedaan, maakt deze methode een hogere snelheid mogelijk. Het vereist echter wat complexere apparatuur. Onderbelicht in deze toelichting is nog de invloed van de lengte van de local loop op de snelheid. Bij een lange local loop neemt de maximaal haalbare downstream af.
De mediaan van de local loop bedraagt in Nederland ongeveer 2 km. Dit houdt in dat het aantal kabels naar de eindgebruiker dat korter is dan 2 km even groot is als het aantal kabels dat langer is dan 2 km. Er zijn uiteraard uitschieters naar boven en beneden. Bij veruit de meeste aansluitingen kan een snelheid van 4 Mb/s worden gehaald. Er waren tot voor kort echter maar weinig telecomproviders die een dergelijke snelheid ook daadwerkelijk aanbieden. Inmiddels is deze snelheid zeer realistisch, en staan al opvolgers voor het 'gewone' ADSL klaar.
 | Reacties: |

Plaats hier uw reactie op dit artikel (nog geen reacties)
|