| Toestellen voor beeldtelefonie bestaan al meer dan dertig jaar, maar toch is het altijd een nichemarkt gebleven. Drijfveren zijn nu vooral zakelijk videovergaderen en dovencommunicatie. Voor videovergaderen wordt vaak geavanceerdere apparatuur ingezet, maar voor dovencommunicatie vormt de beeldtelefoon een gedegen hulpmiddel.
Al meer dan een eeuw wordt onderzoek gedaan naar mogelijkheden voor persoonlijke communicatie op afstand met beeld en geluid. Dr. Herbert Ives, die rond 1920 de leiding nam in AT&T's onderzoeksafdeling naar televisie, kwam in 1924 met een systeem voor telefotografie, om foto's over telefoonlijnen te versturen. Een commerciële introductie volgde al een jaar later met kranten als voornaamste afnemers, ze konden zo snel foto's van wereldwijde evenementen publiceren. De basis voor de huidige faxapparaten was daarmee gelegd.
Voortbordurend op dat concept kwam dezelfde Ives in 1927 met een proefopstelling van een gesloten tweeweg televisieverbinding tussen twee televisiestudio's in Washington D.C. en New York. Herbert Hoover, destijds minister van commercie en later beëdigd tot 31e president van de Verenigde Staten, maakte hier als eerste publiekelijk gebruik van. Bell Laboratories was verantwoordelijk voor de transmissie van het beeld over meer dan 325 kilometer, dat uit 50 beeldlijnen bestond en 18 beelden per seconde kan weergeven op een minuscuul schermpje.
 Dr. Herbert Ives (staand, met arm op ontvanger), AT&T president Walter Gifford (zittend) en andere AT&T genodigden bij de eerste demonstratie van televisietransmissie in 1927
Aanloopfase
Ontwikkelingen stonden stil als gevolg van een grote economische recessie in 1929 en de tweede wereldoorlog. In 1956 werd weer iets nieuws getoond: een compact model dat echter drie aderparen nodig had: één voor het inkomende 1 MHz videosignaal, één voor het uitgaande, en een derde voor het tweeweg spraaksignaal. Dit was een hele opgave, ver voor de dagen van microprocessors en datacompressie. Het videosignaal vereiste ruim 300 keer de bandbreedte van een normaal telefoongesprek!
De in 1964 op de wereldtentoonstelling in New York geïntroduceerde en peperdure Mod I sloeg niet aan, voornamelijk door de lastige bediening en matige beeldkwaliteit. Ook de gebruikskosten waren buiten proporties: wie wilde destijds de 27 dollar opbrengen voor een conversatie van drie minuten tussen New York en Chicago? In 1969 werd met de Mod II een nieuwe poging ondernomen, maar het prijzige abonnement (125 dollar per maand) hield nu de massa tegen. Die kritieke massa is bij ieder communicatiemiddel een cruciale factor, het nut voor een gebruiker hangt immers in grote mate af van de hoeveelheid andere gebruikers waarmee gecommuniceerd kan worden.
 Experimentele demonstratie van AT&T's PicturePhone op de wereldtentoonstelling in New York in 1964
Beeld en beleving
De beleving zal bij de eerste modellen beperkt zijn geweest, televisiekwaliteit haalden ze zeker niet. Een televisiebeeld is in Europa opgemaakt uit 625 beeldlijnen met 25 beelden per seconden. Het menselijke oog neemt vanaf ongeveer 20 beelden per seconde een vloeiende weergave waar, maar is in staat om flink hogere beeldfrequenties waar te nemen. De eerste beeldtelefoons uit 1964 vertoonden slechts 1 beeld per twee seconden. Tegenwoordig is 15 beelden per seconde gangbaar en ook het streven voor videoconferentie.
Doven en slechthorenden stellen hogere eisen, om een goede overdracht van gebarentaal te waarborgen. Zij stellen 25 beelden per seconde als richtlijn, maar prefereren 30 beelden per seconde. Beeldtelefonie biedt hen een veel directere communicatie dan andere bestaande hulpmiddelen zoals teksttelefoon, faxapparatuur, chat, e-mail en sms. Door de subsidieregeling in Nederland (zie kolom rechts) zal de beeldtelefoon naar verwachting ook hier snel terrein winnen.
Acceptatie
Echtgenote van Herbert Hoover, aanwezig bij de eerste demonstratie in 1927, had tijdens haar demonstratiegesprek al direct een kritische nooit: "Ik weet niet of dit wel zo'n goede uitvinding is. Er zijn momenten dat ik liever niet wil dat iemand over de telefoon ziet hoe ik er uit zie". AT&T voorspelde niettemin al een grote toekomst voor beeldtelefonie, voorzag dat het de gewone telefoon op termijn zou vervangen. De uitspraak paste in het tijdsbeeld, al wilde het bedrijf nog geen voorspellingen doen of ook televisie ooit enige commerciële waarde zou hebben
 Experimentele ruimte van AT&T voor videoconferenties, Grand Central Station, New York (1964)
Juist de inbreuk op de privacy lijkt de belangrijkste factor voor het steeds mislukken van beeldtelefonie. Internet en webcams maken een goedkope vorm mogelijk, maar ze hebben communicatie geen 'gezicht' kunnen geven. Beeldtelefoons kennen daarom slechts een selectief publiek. Denk aan videoconferenties tussen bedrijven, opa en oma die per videotelefoon in contact staan met de kleinkinderen overzee en natuurlijk dovencommunicatie.
Enkele hotels gebruiken beeldtelefoons voor isdn met twee b-kanalen (128 kbit/s) om intern van apparaat naar apparaat of naar een andere beeldtelefoon buiten het hotel te bellen, met visuele ruimtebewaking en stilstaand beeld als bonus. De beeldtelefoons functioneren net als een traditionele telefoon, de hotelgast betaalt de gebruikelijke tarieven. Extra diensten als bewegende informatie (zoals nieuws en tips voor vrijetijdsbesteding) en speelfilmtrailers zijn beschikbaar. Voor conferenties en congressen maakt een documentencamera het inzoomen op tekst of beeld mogelijk.
Huidige systemen
Door de jaren heen zijn beeldtelefoonsystemen weinig veranderd. Een systeem bestaat minimaal uit een beeldscherm, camera, microfoon en luidspreker, bedieningsmiddelen voor het kiezen van telefoonnummers, regelingen voor beeld en geluid en een onderdeel om het beeld- en geluidssignaal te bewerken voor verzending via een telefoonlijn.
Er zijn drie uitvoeringen. De traditionele videotelefoon krijgt in dit artikel de meeste aandacht, dit is eigenlijk een normale telefoon met geïntegreerd beeldscherm. Bij het set-top systeem plaatst u een losse camera op een televisie, de televisie dient voor weergave van beeld en geluid. Een flexibel systeem, vooral praktisch bij videovergaderen omdat iedereen kan meekijken en een vrij grote ruimte is weer te geven. De laatste uitvoering is de in de computer geïntegreerde variant, veelal een insteekkaart.
 De traditionele VideoPhone 2500 van AT&T uit 1992
Er is veel overloop tussen deze uitvoeringen. U kunt bijvoorbeeld van veel videotelefoons het beeld naar een televisie overzetten via de video-uitgang, of een betere camera aansluiten. De in de computer geïntegreerde variant, bijvoorbeeld een pci-kaart van Zydacron (recentelijk overgenomen door Scotty), biedt krachtige beeldcompressie en stelt u tevens in staat de beeldgrootte eenvoudig aan te passen. Tevens kunt u daarmee teksten of bestanden meesturen door gebruik te maken van een speciaal protocol (T.120) en een programma als NetMeeting. Maar ook veel van de andere systemen kunt u aansluiten op een computer.
Prijs en uiterlijk van de videotelefoon laten het laatste decennium weinig veranderingen zien. In januari 1992 introduceerde AT&T al de VideoPhone 2500, een videotelefoon met kleurenscherm voor de standaard telefoonlijn voor zo'n $1500. De vrij recente mm225 beeldtelefoon van Motion Media is wel wat duurder (2300), maar alleen technisch duidelijk veranderd. Deze beeldtelefoon, leverbaar met flitser, sluit ook goed aan bij de eisen en wensen van de dovengemeenschap en wordt daarbinnen veelvuldig toegepast in Noorwegen en Engeland.
 Motion Media mm225 populair in dovengemeenschap
Bandbreedte
Natuurlijk benut het model van Motion Media de voordelen van ISDN. Dankzij ISDN zijn gekozen verbindingen mogelijk via één of twee b-kanalen van 64 kbit/s, wat een goede beeldkwaliteit garandeert. Bedrijven zetten vaak meervoudig ISDN-2 in, bijvoorbeeld drie keer ISDN-2 voor een 384 kbit/s verbinding. Producten voor de analoge telefoonlijn zijn weliswaar voorhanden, maar eigenlijk nog weinig relevant.
 De Aethra Maia
Ook belangrijk is de opkomst van internet, al vereist dit een ander protocol en vaak andere hardware. Internet is weliswaar nooit ontworpen voor spraak of beeld, maar voortdurende aanpassingen aan de standaard en verbeteringen aan het netwerk maken dit tot een bruikbare toepassing. De verkoop van webcams maakt dankzij internet een enorme groei door, vooral in 2004 zijn hier veel van verkocht.
De Projectgroep Beeldtelefonie van de Vereniging Ouders van Dove Kinderen te Haren noemt gebarencommunicatie via het gewone internet, bijvoorbeeld door gebruik te maken van een webcam en bijbehorende software, door de trage beeldoverdracht niettemin ongeschikt voor doven. Enkele beeldtelefoniesystemen kunt u overigens zowel voor ip als het vaste net gebruiken. Een nog belangrijker netwerk voor beeldtelefonie voor de toekomst is het mobiele netwerk: UMTS. Voorlopig is beeldcommunicatie via UMTS al evenzeer traag te noemen.
Meer lezen?
Wilt u meer lezen, dan is de Dutch Online Telephone Museum (http://www.telefoonmuseum.com) wellicht een aardig startpunt. De website toont veel oude telefoons, met zeer veel relevante verwijzingen. Daarnaast besteedt de Bell System Memorial website (http://www.bellsystemmemorial.com/telephones-picturephone.html) veel aandacht aan de PicturePhone. Op deze site kunt u ook een magazine met veel afbeeldingen over de PicturePhone geschiedenis downloaden als PDF-bestand.
 | Gerelateerde artikelen: |

Mobiele videogesprekken via UMTS (14-10-2003)
Videoconferentie-apparatuur legt nadruk op oogcontact (14-10-2003)
Teleportatie wekt suggestie van derde dimensie (29-10-2003)
 | Gerelateerd nieuws: |

Videoconferencing award voor Nederlandse Ex'ovision (21-01-2005)
Videocommunicatie via breedband slaat aan (18-03-2005)
Nu ook videobellen met laatste betaversie Skype (05-12-2005)
 | Reacties: |

Plaats hier uw reactie op dit artikel (nog geen reacties)
|